Hoe het gekomen is dat ik beeldhouwer geworden ben
Ik kom uit een agrarisch nest, zoals zovelen in die tijd. Van kleins af aan wist ik dat ik tuinder zou willen worden. Maar er was ook bijna niets anders in die tijd. Met liefde heb ik mijn vak uitgeoefend. Nooit heb ik de verplichting gevoeld om dit werk te doen. Het zaaien en oogsten en de grond onder mijn voeten gaf mij veel rust en zekerheid. Zwaar was het zeker, vooral vóór 1960, en daarna kwam de mechanisatie op gang.
Bij mij thuis had ik mijn natje en droogje en als ik uit dansen ging kreeg ik zakgeld mee. Er was geen loon voor de thuiswerkende jongere. Dit was over het algemeen zo.
Na mijn 26ste jaar had ik geen zin meer om nog langer bij mijn vader thuis te wonen. Ik reageerde op een advertentie van een Duits bloembollenbedrijf en vertrok. Ik kreeg 500 gulden mee.
In totaal ben ik zeven jaar in Duitsland gebleven, twee jaar op dat bloembollenbedrijf en daarna vijf jaar als zelfstandig ondernemer. Omdat ik heel sober leefde, had ik in de eerste twee jaar veel gespaard. Ik kon een trekkertje, ploeg en landbouwwagen en alles wat ik zo nodig had kopen. Ook had ik hier en daar wat bollen gekocht en zelfs nog wat bollen gesmokkeld. Ik huurde land en een stukje schuur. Er was veel mogelijk in het herstellende Duitsland.
Ik leerde Erika kennen in het tweede jaar dat ik in Duitsland was. Met steun van Erika heb ik hier vijf goede jaren gehad en is ons eerste kind Barbara geboren. In 1963 trad de E.E.G. in werking. Duitsland veranderde; de grenzen gingen wijd open voor de Nederlandse bloemen. Dit was voor de Duitse kweker een zeer moeilijke tijd. Tegen de komst van de Nederlandse bloemen was niet te concurreren. In dat jaar stopte mijn vader met zijn bedrijf en heb ik zijn bedrijf overgenomen. Ofschoon ik me in Duitsland heel goed heb gevoeld, bleef ik toch mijn eigen Nederlandse cultuur missen.
Erika kon gelukkig goed aarden in Nederland. Er was in die tijd veel antipathie tegen alles wat Duits was. In de familie en in onze omgeving was hier geen sprake van. En Erika paste zich ook gemakkelijk aan. Zes jaar later, in 1970 kochten we een groter bedrijf . In 1980 werd ik 50 jaar en begon ik na te denken hoe mijn leven zou moeten verlopen als ik 65 jaar zou worden. Wij hebben alleen dochters en geen opvolgers die het bedrijf wilden overnemen. We hebben toen besloten mijn tulpen en pootaardappelen te verruilen voor gewassen die minder arbeidsintensief zijn. Zodoende ontstond er meer vrije tijd om echt iets anders te doen. Waarschijnlijk hebben we hierdoor minder verdiend, maar we hebben onze dochters daarover nooit horen klagen. En als u dit niet gelooft, vraag het ze zelf maar op de opening!
Ik ben vrij introvert en verlegen en ik vroeg mezelf af hoe ik mijn tijd verder zou kunnen besteden. Als ik minder in het bedrijf zou werken, zou ik tijd hebben om me bezig te houden met andere, bij mij passende bezigheden.
Ik probeerde een cursus houtsnijden op Wieringen bij Jan Alkema. Het figuursnijden ging mij heel goed af. Toch zocht ik verder en begon houten schalen te maken en ben begonnen met een cursus beeldhouwen bij Joop Hollanders in Den Helder bij Triade.
Ik begon vrijer te werken en meer mijn gevoel te volgen.
Dit is nu zo’n dertig jaar geleden. Voor mijn gevoel heeft het lang geduurd voordat ik mezelf zekerder voelde met dat waar ik mee bezig was.
In de objecten die ik maak verwerk ik gebeurtenissen die plaatsvinden in ons gezin en verder ook altijd politieke en maatschappelijk ontwikkelingen. Vaak zit er een gedachte achter mijn werk en ontstaan er composities naar aanleiding van iets.
Ik vind het een uitdaging om steeds weer nieuwe vormen te creëren. Ik maak mijn werk aan de hand van spontane ingevingen en krijg deze meestal in de laatste uren van de nacht.
Het maken van objecten moet uit jezelf komen, anders kun je het vergeten. Mijn werk laat een natuurlijke organische abstractie zien. Ik denk dat dit komt door mijn verleden als agrariër.
Ofschoon ik graag alleen werk vind ik het ook belangrijk om met andere kunstenaars contacten te onderhouden en bezoek ik andere galeries. Sinds de officiële opening van Galerie op de Zeebodem in 1998 door burgemeester Omta organiseer ik elk jaar een expositie in de Galerie samen met andere kunstenaars. Ik vind het leuk om mensen rond te leiden en hen te vertellen over mijn werk.
We voelen ons heel gelukkig met ons ‘tweede leven’. Naast ons werk voor de galerie zijn we geregeld te vinden in de tuin. 22 Maart hoop ik 80 jaar te worden.
Deze zomer exposeren wij weer samen met vijftien andere kunstenaars uit heel Nederland in onze Galerie ‘op de Zeebodem’. Vanaf zondag eerste Pinksterdag 23 mei tot en met eind augustus elk weekend en op afspraak.
Jan Grooteman |